Een breed scala aan klimopcultivars
Ivy moet geclassificeerd worden omdat het de wonderbaarlijke eigenschap heeft om zogenaamde «mutaties» te ondergaan. Met andere woorden, ze kan nieuwe vormen of kleuren produceren. Vaak is het een eenvoudige stengel die anders is dan de andere. Je hoeft er alleen maar van te stekken en het te vermeerderen. Soms is het een nieuwe vorm die in de natuur is ontdekt. Op deze manier ontstaan spontaan nieuwe soorten klimop die we kunnen selecteren en vermeerderen.
Het resultaat is een enorm aantal cultivars. Waarschijnlijk tussen de 1.000 en 2.000. Het aantal is moeilijk vast te stellen, omdat niet alle cultivars die door kwekerijen over de hele wereld worden aangeboden, noodzakelijkerwijs overeenkomen. Er zijn ook veel cultivars met verschillende namen, maar die in feite hetzelfde zijn. In de Royal Horticultural Society's Hedera The Complete Guide van Hugh McAllister en Rosalyn Marshall (nu uitverkocht) staan meer dan 2.000 cultivars, inclusief synoniemen.
Een classificatie van klimop: het Pierot systeem
Om je weg te vinden tussen al deze klimopvariëteiten bestaat er een classificatiesysteem voor klimop, gemaakt door Suzanne Warner Pierot, die de oprichter en eerste voorzitter was van de American Ivy Association (Amerikaanse Ivy Society). Dit systeem is voornamelijk gebaseerd op de vorm van de bladeren. Het heeft het voordeel dat het eenvoudig en gemakkelijk af te lezen is. Maar omdat de natuur vaak ingewikkelder is dan onze simplistische menselijke classificaties, kan dezelfde cultivar in meerdere categorieën worden ingedeeld.
Het Pierot-systeem bestaat uit 9 categorieën:
- Volwassen klimop – Volwassen klimop Alle klimopplanten die van hun jonge klimstadium zijn uitgegroeid tot het uiteindelijke struikstadium, waarin ze bloemen en vruchten produceren.
- Vogelvoet klimop – Vogelvoet klimop Dit zijn klimopplanten waarvan de bladeren bestaan uit hele smalle, diepe lobben, zoals vogelpootjes.
- Krullende klimop – Krullende klimop De bladeren zijn niet plat, maar golvend, gekruld, gevouwen of gezoomd.
- Waaier klimop – Waaier klimop Grootbladige, waaiervormige klimop.
- Hartvormige klimop – Hartvormige klimop Klimop met een hartvormige bladvoet.
- Ivy-ivies – Standaard klimop Gewone klimop: betreft alle klimop die de typische vorm van gewone klimop heeft behouden, platte bladeren met 3 tot 7 lobben.
- Miniatuur-ivies – Miniatuur klimop Kleinbladige klimop, meestal minder dan 2,5 cm lang.
- Eigenaardigheden – Curiosa Een klimopsoort waarvan de bladeren originele, ongewone vormen aannemen.
- Variegaten klimop – Gemengde klimop Klimop met veelkleurige bladeren.
Zoals je ziet is dit klimopclassificatiesysteem heel toegankelijk, zelfs voor niet-ingewijden. Dat heeft het zo succesvol gemaakt. Het werd ontwikkeld in het begin van de jaren 1970 en wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt.
Maar zoals je al kunt raden, kan klimop bont en krullend zijn, of miniatuur en vogelvoet. In deze gevallen moet de hoofdclassificatie worden aangegeven en de secundaire classificatie(s) worden toegevoegd.
De klimopsoorten 'Pittsburgh'
Parmi toutes les mutaties que le lierre nous a offertes, il en est une qui a eu un succès tout particulier. Il s’agit d’une mutatie sélectionnée par Paul Randolph en Pennsylvanie. Sa singularité consiste à être très branchue, c’est-à-dire à générer des tiges émergeant de chaque aisselle de feuille, contrairement à de nombreux autres lierres qui forment de longues tiges avec très peu de ramifications. Ce lierre particulier fut baptisé ‘Pittsburgh‘.
Ce cultivar a une autre particularité très intéressante, c’est qu’il a une forte tendance à muter, à former ce que les botanistes appellent des « sports » (c’est-à-dire des mutaties). Il en est résulté quantité de nouveaux cultivars dérivant de ‘Pittsburgh’, au point que l’on peut en faire une dixième catégories de classification des lierres. Ce sont des lierres qui ont le plus souvent un port buissonnant et dense.